In 2018 was een expeditieteam gestrand op tal van organisatorische kwesties. Het bivak werd op 4000 meter hoogte tijdelijk opgeslagen om een jaar later met helikopterondersteuning de missie te voltooien. In oktober 2019 keerde een team van 15 personen terug naar Kathmandu. Daar huurden de projectdeelnemers vanwege de grote hoeveelheid gereedschap en uitrusting eerst een bus. Daarmee reisden ze ongeveer twaalf uur van de Nepalese hoofdstad naar het Naa-dal, dicht bij de Tibetaanse grens. Vanaf ongeveer 1300 meter hoogte trok de trektocht vervolgens ongeveer een week te voet naar het opbouwpunt van het bivak in het Rolwaling-dal. Het team, dat tijdelijk werd begeleid door tot wel 25 Nepalese dragers, moest daarbij bijna 4000 hoogtemeters overwinnen. Om het optreden van hoogteziekte te voorkomen, werden de etappes bewust klein gehouden. Zo konden ze zich stap voor stap aan de hoogte aanpassen. Ook de slaaphoogtes verschilden per dag niet meer dan 300 tot 400 hoogtemeters.